“Wij zijn gekomen om Hem te aanbidden” (Mt 2,2)
Beste jonge mensen!
1. Dit jaar hebben wij de 19de Wereldjongerendag gevierd en
stilgestaan bij het verlangen dat werd uitgesproken door enkele Grieken die voor
het Paasfeest naar Jeruzalem waren gekomen: “Wij willen Jezus zien” (Joh
12,21). En nu maken we ons alweer op voor Keulen, waar in augustus 2005 de 20ste
Wereldjongerendag gevierd zal worden.
“Wij zijn gekomen om Hem te aanbidden” (Mt 2,2): dat is het thema van de volgende Wereldjongerendag. Het is een thema
dat jonge mensen uit alle werelddelen de kans biedt om in de geest de weg te
gaan van de drie Wijzen, van wie er volgens een vrome traditie juist in deze
stad relikwieën worden bewaard, en om - net als zij - de Messias van alle volken
te ontmoeten.
Je kunt zeggen dat het licht van Christus de harten en geesten van
de Wijzen al had geopend. Ze gingen op weg, zo vertelt de evangelist in Matteüs
2,9, en ondernamen stoutmoedig een lange en geenszins eenvoudige reis langs
onbekende wegen. Zonder aarzelen lieten zij alles achter om de ster te volgen
die zij in het oosten hadden gezien (vgl. Mt 2,2). In navolging van de Wijzen
maken ook jullie, jonge mensen, je op voor een “reis” vanuit alle delen van de
wereld naar Keulen. Het is belangrijk dat jullie je niet alleen bezighouden met
praktische zaken die voor de Wereldjongerendag moeten worden geregeld. Jullie
moeten je in de allereerste plaats geestelijk goed voorbereiden, in een sfeer
van geloof en aandacht voor het Woord van God.
2. “Opeens ging de ster … voor hen uit, tot ze bleef staan boven de plaats
waar het kind was” (Mt 2,9). De Wijzen kwamen in Betlehem omdat zij zich
gehoorzaam door de ster hadden laten leiden. Toen ze de ster zagen, werden ze
zelfs “met buitengewoon grote vreugde vervuld” (Mt 2,10). Het is van
belang, beste vrienden, om de tekenen te leren zien waarmee God ons roept
en leidt. Wanneer wij beseffen dat wij door Hem worden geleid, ervaart ons hart
niet alleen waarachtige en diepe vreugde, maar ook een sterk verlangen om
Hem te ontmoeten en de volhardende kracht om Hem gehoorzaam te volgen.
“Ze gingen het huis binnen en zagen het kind met zijn moeder Maria” (Mt 2,11). Hier is op het eerste gezicht niets bijzonders aan. Toch was
dit Kind anders dan alle andere kinderen: Hij is de enige Zoon van God, en toch
heeft Hij zichzelf ontdaan van zijn heerlijkheid (vgl. Fil 2,7) en is Hij
naar de aarde gekomen om te sterven aan het kruis. Hij kwam onder ons en is arm
geworden, om ons zijn goddelijke heerlijkheid te tonen, die wij ten volle zullen
aanschouwen in de hemel, ons gezegende thuis.
Wie had er een groter teken van liefde kunnen bedenken? Wij staan in
diep ontzag ten aanschouwen van het mysterie van een God die zichzelf heeft
verlaagd om onze menselijke staat aan te nemen en die zelfs zijn leven voor
ons heeft gegeven aan het kruis (vgl. Fil 2,6-8). In zijn armoede – zo
houdt Paulus ons voor – “omwille van u is Hij arm geworden, terwijl Hij rijk
was, opdat u rijk zou worden door zijn armoede” (2 Kor 8,9), is Hij gekomen
om zondaars te redden. Hoe kunnen wij God danken voor zulk een onbaatzuchtige
goedheid?
3. De Wijzen vonden Jezus in “Beth-lehem”, wat “huis van het brood”
betekent. In het stro van de nederige stal in Betlehem lag de “graankorrel”,
die door te sterven “rijke vruchten” voortbrengt (vgl. Joh 12,24). Als
Jezus in de loop van zijn openbare leven over zichzelf en zijn verlossende
missie sprak, gebruikte Hij vaak het beeld van brood. Hij zei: “Ik ben het
brood om van te leven”, “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald”, “het
brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven de wereld” (Joh 6,35;
41; 51).
Door trouw de weg van onze Verlosser te gaan, van de armoede van de
kribbe naar zijn verlatenheid aan het kruis, krijgen wij meer
inzicht in het mysterie van zijn liefde die de mensheid verlost. Het kind dat
door Maria in de kribbe was gelegd, is de God-mens die wij aan het kruis
geslagen zullen zien. Diezelfde Verlosser is aanwezig in het sacrament van de
eucharistie. In de stal in Betlehem liet Hij zich door Maria, Jozef en de
herders aanbidden in de nederige uiterlijke gestalte van een pasgeboren baby; in
de geconsecreerde hostie vereren wij Hem die aanwezig is in lichaam,
bloed, ziel en goddelijkheid, en biedt Hij ons zichzelf als het brood van het
eeuwige leven. Zo wordt de mis een waarlijk liefdevolle ontmoeting met
Hem die zich volledig voor ons heeft gegeven. Aarzel niet, mijn beste jonge
vrienden, om aan Hem gehoor te geven wanneer Hij je uitnodigt “voor het
bruiloftsmaal van het lam” (vgl. Apo 19,9). Luister naar Hem, bereid jezelf
goed voor en kom tot het sacrament van het altaar, zeker in dit Jaar van de
Eucharistie (oktober 2004-2005) dat ik voor heel de kerk heb uitgeroepen.
4. “Ze vielen op hun knieën en huldigden het” (Mt 2,11). De Wijzen
erkenden en aanbaden de baby die Maria in haar armen had, als Hem op wie de
volken hadden gewacht en die door de profeten was voorspeld, en zo kunnen ook
wij Hem vandaag aanbidden in de eucharistie en Hem erkennen als onze
Schepper, onze enige Heer en Verlosser.
“Ze haalden hun schatten tevoorschijn en gaven Hem goud, wierook en
mirre als geschenk” (Mt 2,11). De geschenken die de Wijzen de Messias brachten, symboliseerden
ware verering. Met het goud benadrukten zij zijn koninklijke goddelijkheid; met
de wierook erkenden zij Hem als de priester van het Nieuwe Verbond; en door Hem
mirre aan te bieden huldigden zij de profeet die zijn eigen bloed zou vergieten
om de mensheid met de Vader te verzoenen.
Beste jonge mensen, geven ook jullie de Heer het goud van je leven,
namelijk je vrijheid om Hem uit liefde te volgen en vol geloof gehoor te
geven aan zijn stem; laat de wierook van je vurige gebed naar Hem
opstijgen in een lofzang op zijn heerlijkheid; schenk Hem je mirre, dat wil
zeggen je gevoel van totale dankbaarheid jegens Hem, waarlijk Mens, die ons
zozeer heeft liefgehad dat Hij bereid was om als een misdadiger te sterven op
Golgota.
5. Vereer de enige ware God en geef Hem een eervolle plaats in je leven!
Afgoderij is een verleiding die altijd op de loer ligt. Er zijn helaas
mensen die de oplossing voor hun problemen zoeken in religieuze praktijken
die onverenigbaar zijn met het christelijk geloof. Er bestaat een sterke
drang om te geloven in de oppervlakkige mythen van macht en succes; het is
gevaarlijk om mee te gaan in de vluchtige ideeën over het heilige, waarbij God
wordt gezien als een vorm van kosmische energie of op andere manieren die niet
in overeenstemming zijn met de katholieke leer.
Beste jonge mensen, geef niet toe aan valse illusies en
tijdelijke bevliegingen die zo vaak een jammerlijke geestelijke leegte
achterlaten! Stel je teweer tegen de verleiding van rijkdom,
consumentisme en het subtiele geweld dat soms in de massamedia wordt gebruikt.
De ware God vereren betekent dat je alle vormen van afgoderij
volledig weerstaat. Aanbid Christus: Hij is de Rots waarop je je toekomst en
een wereld met meer gerechtigheid en solidariteit kunt bouwen. Jezus is de
Vredevorst: de bron van vergeving en verzoening, die alle leden van de
menselijke familie weer tot broeders en zusters kan maken.
6. “…en [ze] gingen langs een andere weg naar hun land terug” (Mt 2,12).
Het evangelie vertelt ons dat de Wijzen na hun ontmoeting met Christus “langs
een andere weg” naar huis terugkeerden. Deze andere route kan symbool staan voor
de bekering waartoe een ieder die Jezus ontmoet, geroepen wordt, om zo de
ware aanbidders te worden die Hij zich wenst (vgl. Joh 4,23-24). Dit houdt in
dat wij Hem in ons leven navolgen en, zoals de apostel Paulus schrijft, worden
tot “een levende, heilige offergave, Hem welgevallig”. De apostel voegt
daaraan toe dat wij ons niet moeten conformeren aan de mentaliteit van deze
wereld, maar ons moeten laten omvormen door de vernieuwing van onze geest, om
“uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, welgevallig en volmaakt”
(vgl. Rom 12,1-2).
Als wij luisteren naar Christus en Hem aanbidden, komen wij tot
moedige keuzes en nemen wij soms heldhaftige beslissingen. Jezus is
veeleisend, omdat Hij wil dat wij werkelijk gelukkig zijn. Hij roept sommigen om
alles op te geven om Hem te volgen in het priesterambt of gewijde leven. Wie
hiertoe door Hem wordt uitgenodigd, moet niet bang zijn om “ja” te zeggen en Hem
van ganser harte te volgen als zijn discipel. Maar naast de roepingen tot
speciale vormen van wijding, is er de specifieke roeping van alle gedoopte
christenen: dat is ook een roeping tot die “hoge maatstaf” van het gewone
christelijke leven die tot uiting komt in heiligheid (vgl. Novo millennio
ineunte, 31). Wanneer wij Christus leren kennen en zijn evangelie
aanvaarden, verandert het leven en voelen wij ons ertoe gedreven om onze
ervaring aan anderen door te geven.
Er zijn zoveel tijdgenoten van ons die Gods liefde nog niet kennen
of die hun hart proberen te vervullen met waardeloze substituten. Het is daarom
dringend noodzakelijk dat wij getuigen van de liefde die wij in Christus
aanschouwen. De uitnodiging om deel te nemen aan de Wereldjongerendag strekt
zich ook uit tot jullie, beste vrienden, die niet gedoopt zijn of zich niet met
de kerk vereenzelvigen. Voelen jullie niet ook een verlangen naar het Absolute
en zoek je niet naar “iets” wat je leven zin geeft? Wend je tot Christus en je
zult niet teleurgesteld worden.
7. Beste jonge mensen, de kerk heeft oprechte getuigen nodig voor de nieuwe
evangelisatie: mannen en vrouwen wier leven veranderd is doordat zij Jezus
hebben leren kennen, mannen en vrouwen die in staat zijn om die ervaring aan
anderen door te geven. De kerk heeft heiligen nodig. Iedereen wordt geroepen tot
heiligheid en alleen heilige mensen kunnen de mensheid vernieuwen. Velen zijn
ons reeds voorgegaan op deze weg van evangelische heldenmoed, en ik raad jullie
aan om je vaak tot hen te richten en te bidden om hun voorspraak. Als je naar
Keulen komt, zul je een aantal van hen ook beter leren kennen, zoals de heilige
Bonifatius, de apostel van Duitsland, de heiligen van Keulen, en dan met
name Ursula, Albert de Grote, Teresia Benedicta a Cruce (Edith Stein) en de
gezegende Adolph Kolping. Van hen wil ik in het bijzonder de aandacht vestigen
op de heilige Albert en Teresia Benedicta a Cruce die met eenzelfde innerlijke
overtuiging als de Wijzen, hartstochtelijk naar de waarheid zochten. Zij stelden
hun intellectuele capaciteiten zonder aarzelen ten dienste van het geloof en
lieten daarmee zien dat geloof en rede met elkaar verbonden zijn en elkaar
nastreven.
Beste jonge mensen, terwijl jullie je in de geest in de richting van Keulen
bewegen, vergezelt de paus jullie met zijn gebeden. Moge Maria, “vrouwe van de
eucharistie” en Moeder van de wijsheid, jullie op je weg ondersteunen, jullie
verlichten in je beslissingen en jullie liefde bijbrengen voor wat waar, goed en
mooi is. Moge zij jullie allen leiden tot haar Zoon, want alleen Hij kan de
diepste verlangens van het menselijk hart en de menselijke geest stillen.
Ga met mijn zegen!
Castel Gandolfo, 6 augustus 2004
JOHANNES PAULUS II